Begroting 2019

Toelichting begroting 2019 en meerjarenbegroting 2020-2022

Toelichting begroting 2019 en meerjarenbegroting 2020-2022

In dit hoofdstuk wordt de prognose van de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2020-2022 op hoofdlijnen toegelicht.

3.1 Raadsbesluiten

Vooruitlopend op het opstellen van de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2020-2022 heeft de raad twee besluiten genomen waarmee het financieel- en beleidskader voor deze periode is vastgesteld. Binnen deze kaders heeft het college de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2020-2022 uitgewerkt. Het betreft de volgende besluiten:

Financieel kader 2019-2022
Op 10 juli 2018 heeft de raad over het financieel kader 2019-2022 besloten en daarmee:

  1. de ondergrens van de beklemde algemene reserve voor de periode 2019-2022 vastgesteld op minimaal € 20,0 miljoen[1];
  2. de programma-indeling voor de periode 2019-2022 vastgesteld;
  3. de financiële effecten uit het financieel kader te verwerken in de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2020-2022;
  4. de begrotingsrichtlijnen 2019 vastgesteld.

Collegeprogramma 2018-2022
Op 18 september 2018 heeft de raad besloten over het collegeprogramma 2018-2022 en daarmee:

  1. de financiële effecten van het collegeprogramma 2018-2022 te verwerken in de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2020-2022;
  2. voor de realisatie van ambities uit het collegeprogramma 2018-2022 de volgende bedragen (totaal € 2,5 miljoen) te onttrekken aan de beklemde algemene reserve:
  1. € 1,0 miljoen voor ontwikkelingen ten behoeve van het thema Buitengebied, landbouw, natuur en recreatie.
  2. € 1,0 miljoen voor ontwikkelingen ten behoeve van het thema Mobiliteit en bereikbaarheid.
  3. € 0,5 miljoen voor ontwikkelingen ten behoeve van het thema Sociale zekerheid, werk en inkomen.

3.2 Programma-indeling voor de periode 2019-2022
In de verordening ex. artikel 212 Gemeentewet is in artikel 2 opgenomen dat: ´de raad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode vaststelt’. Op basis hiervan heeft de raad bij de besluitvorming over het financieel kader 2019-2022 de volgende programma-indeling vastgesteld:

  • Samen leven
  • Duurzame leefomgeving
  • Goede bereikbaarheid
  • Veilige leefomgeving
  • Betrokken bij de samenleving

Een tussentijdse aanpassing is met instemming van de raad altijd mogelijk.
De verdere structuur van de begroting is ongewijzigd. Alleen de paragraaf Ombuigingen en reserveringen is niet meer opgenomen. Dit omdat met ingang van de begroting 2018 de ombuigingsagenda 2014-2018 is afgerond.

3.3 Financiële ontwikkelingen na vaststelling van het collegeprogramma 2018-2022

De financiële ontwikkelingen na vaststelling van het collegeprogramma door de raad hebben een positief effect op de prognose van de begroting 2019 en de meerjarenbegroting 2020-2022.

Tabel:   prognose begroting 2019 en meerjarenbegroting 2020-2022

bedragen x € 1.000

Omschrijving

2019

2020

2021

2022

Prognose financieel meerjarenperspectief
(op basis van collegeprogramma 2018-2022)

25

310

340

140

Financiële ontwikkelingen na vaststelling van het collegeprogramma 2018-2022:

  • financieringsresultaat en actualisatie (vervangings)investeringen

-30

-106

-49

-24

  • uitwerking begrotingsrichtlijnen 2019 (inclusief stelposten)

42

176

171

185

  • diversen (onder andere afrondingsverschillen)

59

70

46

72

Totaal financiële ontwikkelingen na vaststelling collegeprogramma 2018-2022

71

140

168

233

Prognose begroting 2019 en
meerjarenbegroting 2020-2022 (resultaat)

96

450

508

373

Hieronder worden de posten ‘financieringsresultaat en actualisatie (vervangings)investeringen’ en ‘uitwerking begrotingsrichtlijnen 2019’ nader toegelicht.

  • Financieringsresultaat en actualisatie (vervangings)investeringen

Voor de bepaling van het effect van het financieringsresultaat wordt de financieringsbehoefte en liquiditeitsprognose voor de komende jaren geactualiseerd. Belangrijke basis hiervoor zijn het collegeprogramma 2018-2022 en de vooruitzichten voor de grondexploitatie de komende jaren.
Het financieel effect fluctueert binnen een bandbreedte van € 10.000 en € 70.000 positief.
De rente op de geld- en kapitaalmarkt is nog steeds laag, maar de toekomstige renteontwikkeling is onzeker. Daarom is vorig jaar in de meerjarenbegroting een reservering opgenomen waarbij rekening wordt gehouden met een rentestijging van 1% op basis van de geraamde financieringsbehoefte. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig financieel beleid is deze reservering in de voorliggende begroting gehandhaafd.
De actualisatie van de staat van vaste activa en vervangingsinvesteringen heeft gedurende alle jaren een negatief effect.
Financieringsresultaat en actualisatie (vervangings)investeringen:
Totaal nadelig financieel effect binnen een bandbreedte van € 30.000 - € 110.000.

  • Uitwerking begrotingsrichtlijnen 2019

Deze mutatie is het effect van het actualiseren van alle stelposten en het, indien nodig, bijstellen van budgetten in de begroting op basis van de begrotingsrichtlijnen 2019. Hieronder vallen ook de begrotingen van derden op basis van een gemeenschappelijke regeling.
Onderdeel van de begrotingsrichtlijnen 2019 is dat de ‘pensioenpremies en sociale lasten worden geraamd op basis van de vastgestelde premies voor 2018’. Reden hiervoor is dat er de afgelopen jaren bij het opstellen van de begroting geen actuele informatie beschikbaar was over de ontwikkeling van de pensioenpremies voor het komende jaar.
Maar dit jaar heeft het ABP eind juni 2018 een voorlopige inschatting gepubliceerd over de pensioenpremie 2019. Volgens deze voorlopige  inschatting komt de pensioenpremie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen voor 2019 uit op 25,1% (2018: 22,9%). Van deze stijging komt 70% voor rekening van de werkgever. De premie inkoop voorwaardelijk pensioen (VPL) blijft naar verwachting 2,6%. Het effect van de stijging van de voorlopige inschatting is in de begroting 2019 verwerkt. Eind november 2018 maakt het ABP de definitieve premies voor 2019 bekend.
Uitwerking begrotingsrichtlijnen 2019:
Totaal voordelig financieel effect binnen een bandbreedte van € 50.000 - € 190.000.

3.4 Collegeprogramma versus programmabegroting 2019-2002
In het collegeprogramma is aangegeven op welke thema’s de komende periode extra middelen nodig zijn om onze ambities te realiseren. Deze middelen zijn in de programmabegroting 2019 verder vertaald naar de programma’s. In de tabel hieronder is de vertaling weergegeven.

Tabel:   financiële vertaling collegeprogramma naar de programmabegroting 2019-2022

bedragen x € 1.000

Thema

Programma

2019

2020

2021

2022

Duurzaamheid

Duurzame leefomgeving

145

325

130

130

Buitengebied, landbouw en recreatie

Duurzame leefomgeving

25

35

35

35

Mobiliteit en bereikbaarheid

Goede bereikbaarheid

65

90

90

90

Openbare ruimte en groen

Duurzame leefomgeving

185

250

250

250

Economie en ondernemen

Duurzame leefomgeving

10

10

10

10

Veiligheid

Veilige leefomgeving

35

55

55

55

Jeugd en onderwijs

Samen leven

160

135

135

135

Kunst, cultuur en sport

Samen leven

15

25

390

390

Bestuur en inwonersparticipatie

Betrokken bij de samenleving

135

165

165

165

Overige ontwikkelingen

Betrokken bij de samenleving

-100

-100

Totaal uitwerking collegeprogramma

775

1.090

1.160

1.160

3.5 Waar komt het geld vandaan en waaraan wordt het besteed?

Hieronder is grafisch weergegeven waar het geld van de gemeente Houten vandaan komt en waaraan het wordt besteed. De hierbij gekozen indeling is gelijk aan die in de infographic ‘begroting 2019 in één oogopslag’.

[1]  Op 10 juli 2018 is bij de besluitvorming over het financieel kader 2019-2022 een motie aangenomen met   
  betrekking tot de beklemde algemene reserve. Deze motie verzoekt het college te zoeken naar raadsbrede
  consensus over de toepassing van dit instrument, de gewenste hoogte ervan en een eventuele ondergrens.